Tuesday, June 27, 2006

omsingeld (2)

GPD 26 JUNI 2006

EXTRA STANDPLAATS
LONDEN: EVACUATIE

(Van onze correspondent Esther Gotink)

LONDEN (GPD) – Toen ik mijn flat vanmiddag verliet, had ik me de ernst van de situatie moeten realiseren. ’s Morgens werd op BBC Londen een nieuwsitem uitgezonden dat een brand was uitgebroken in een bouwput op ongeveer honderd meter afstand van waar ik woon. Het nabijgelegen station King’s Cross, hartje Londen, werd afgesloten en alle treinverkeer geschorst.

Binnen enkele uren verschenen brandweerauto’s, politiewagens en ambulances onder mijn raam. Ik schoot een paar foto’s, knoopte een gesprek aan met de brandweerlieden (als alleenstaande vrouw heb ik een zwak voor mannen in uniform) en grapte met de agenten.

De bouwput in kwestie is het veelbelovende Kings Place, waar binnen twee jaar kantoren, winkels, restaurants en woningen moeten worden gerealiseerd. Dagblad The Guardian krijgt er zijn centrale redactievloer. Elke ochtend dat ik er voorbij loop, zie ik veranderingen. Bouwvakkers knikken me altijd vriendelijk toe en helpen me soms tussen het zware vrachtverkeer laveren. Ik hoop dat geen van hen gewond is geraakt.

Rond twee uur vanmiddag moest ik voor een interview elders zijn, dus ik pakte mijn laptop, mijn mobiele telefoon, bankpasjes en oogpotlood (ook dat laatste is voor een alleenstaande vrouw essentieel). Mijn intuïtie vertelde me dat ik later op de dag wellicht niet meer terug zou mogen keren.

En zo geschiedde… Zojuist arriveerde ik weer in King’s Cross, waar het hele gebied in een straal van een halve kilometer rond de brandhaard is afgeschermd. Panden zijn geëvacueerd. De lokale kerk heeft de deuren geopend en biedt koffie, thee en limonade. Ik mag niet terug naar huis, waar gelukkig de enige medebewoners een twintigtal tropische vissen zijn die het vast wel een dagje zonder mij kunnen stellen.

Een agent die bij de blauwwitte linten staat met daarop de tekst ‘Police, do not enter’ vertelt me net dat een gascylinder op het bouwterrein dusdanig door de brand is verhit dat deze mogelijk kan ontploffen. Het vuur blijkt inmiddels gedoofd, maar een explosie is nog altijd imminent. ,,En’’, vervolgt de politieman, ,,mocht de cylinder ontploffen, dan zal die als een raket de lucht inschieten en binnen een straal van vijf kilometer enorme schade aanrichten.’’

Hij heeft me overtuigd. Ik moet me er maar bij neerleggen dat het nog 24 uur kan duren voordat ik mijn stulpje weer mag betreden. Even had ik het te doen met mijn vissen, met mezelf. Maar ik besef dat er mensen zijn die grotere hinder ondervinden. Sterker nog, denk aan de mensen die volgende week vrijdag precies een jaar geleden rond dit station werden verhinderd naar huis terug te keren, omdat zelfmoordcommando’s een terreuraanslag hadden gepleegd. Denk aan hen die het geluk van een veilige thuiskomst nooit meer hebben mogen proeven.

Was ik overtuigder geweest van mijn eerste instinct, dan had ik ook mijn tandenborstel ingepakt. Maar ik tel mijn zegeningen. Vannacht eindig ik misschien op de koude stenen vloer van een Londens kerkje. Wellicht moet ik bij vrienden op de bank crashen. Maar ik heb tenminste nog mijn laptop. Mijn mobiele telefoon. Mijn oogpotlood. Mijn leven.